“Repetitive Strain Injuries” is op zichzelf geen ziekte, maar een verzamelnaam voor allerlei ziektebeelden die je kunt oplopen door arbeid en de combinatie van statische houdingen en herhaalde bewegingen en krachtsinspanningen die daarbij optreden. Werkdruk en stress spelen een rol omdat deze leiden tot hogere belasting en verminderde belastbaarheid. Zo is ook gebrek aan beweging gevaarlijk, omdat dit leidt tot verminderde doorbloeding en verhoogde spierspanning in bijvoorbeeld nek en schouders.

In de Nederlandse volksmond wordt gesproken van muisarm. Maar RSI krijg je niet alleen van het gebruiken van de muis. Alle bewegingen in een statische houding, dus bijvoorbeeld ook schrijven en typen, dragen bij aan de belasting. Bij kantoorwerk is het vooral de statische houding die problemen geeft.

Hoe herken ik RSI? Tintelingen, krachtsverlies, stekende of juist doffe pijn, verkleuringen van de huid, stijve spieren, verkrampingen, onwillekeurige bewegingen in je nek, schouders of armen of koude handen zijn mogelijke signalen van RSI. De klachten beginnen vaak tijdens of vlak na het werk en worden erger bij veel werken of in de loop van de week. Elk van deze signalen, hoe gering ook, is een signaal. RSI wordt in de regel over een langere periode van tenminste enkele weken of maanden opgebouwd. Pas als “de emmer bijna vol is” worden de eerste klachten ervaren. Het is belangrijk dat je snel reageert.

Wat moet ik doen als ik klachten heb? Blijf ook met de allereerste klachten niet doorlopen. Zeker beginnende klachten zijn goed te behandelen. Meld het op je werk aan de leidinggevende en de Arbo-arts en ga naar de huisarts. Zij weten wat er moet gebeuren. Als je alleen op het werk last hebt en je klachten nemen niet toe, dan kun je vaak – met veranderingen – gewoon door blijven werken. Heb je ook thuis klachten en verergeren ze van andere activiteiten dan kantoorwerk, dan is het belangrijk dat je in overleg met je werkgever, de (eventuele) RSI-Coördinator en de Arbo-arts een plan opstelt. Hierin zullen alle benodigde aanpassingen en veranderingen zijn opgenomen. Meestal zijn veranderingen nodig in het werk zelf (organisatie, functie, cultuur, etc.) , de werkplek en de wijze waarop je met je lichaam en je werk om gaat. Het RSI-Centrum kan hierbij begeleiden.

Wat is de beste behandeling naast veranderingen op het werk? Er is geen gemakkelijke behandeling van RSI. Behandeling komt neer op gezonder werken, gezonder leven. Het is dus zeker niet alleen het bezoeken van een therapeut in de hoop dat deze de magische oplossing kan bieden. Op de website van het RSI-Centrum (www.rsi-centrum.nl) tref je een uitgebreid artikel over de behandeling van RSI-achtige klachten aan.

Hoe voorkom ik RSI? Om RSI te voorkomen is het belangrijk dat je alle oorzaken van langdurig in dezelfde houding werken aanpakt. Denk bijvoorbeeld aan:

  • De werkzaamheden Probeer deze zoveel mogelijk af te wisselen. Als je dingen zonder computer kunt doen, doe dat dan ook. Bijvoorbeeld door op papier zaken voor te bereiden, of door documenten af te drukken en op papier te corrigeren. Loop eens naar een collega in plaats van elektronische post te gebruiken. Zorg ook voor voldoende beweging. Bijvoorbeeld door tijdens de lunch naar buiten te gaan. Stop tenminste elke 6 tot 10 minuten even met computerwerk en werk maximaal 6 uur per dag met de computer. Dit is vooral belangrijk als je het druk hebt. Er is software te verkrijgen die hierbij helpt. Zie bijvoorbeeld op www.pauzeplus.nl. Ga niet geforceerd oefeningen doen. Je schouders of armen af en toe losmaken is goed, maar voor andere oefeningen is het belangrijk dat je eerst enkele malen (bedrijfs-)-oefentherapie hebt gevolg.
  • De werkplek Stel je stoel zo in dat je voeten plat op de grond staan en de bovenbenen en onderbenen iets schuin aflopen en er ongeveer een vuist kan tussen het einde van de zitting en je knieën. Stel de rugleuning zo in dat deze net onder de holte in je onderrug op de bovenste twee botten van je bekken duwt, zodat je automatisch recht op gaat zitten. Eventueel kun je de zitting iets voorover kantelen om dit effect te versterken. De hoogte van de armleuningen kun je instellen door de schouders op te trekken en te laten vallen. De armleuningen moeten de ellebogen dicht bij het lichaam en in deze ontspannen schouderpositie kunnen ondersteunen. Als je geen armleuningen hebt kun je –goed aangeschoven aan de tafel- eventueel je ellebogen steunen op een zachte gel-pad op de tafelrand. Als je naar de tafel gaat moet deze ongeveer anderhalve centimeter onder de armleuningen zijn ingesteld. Zo kun je met rechte polsen en ondersteunde ellebogen zwevend uitkomen boven het toetsenbord dat op de rand van de tafel staat. Als je niet blind kunt typen kan als compromis het werkblad iets omhoog, en de monitor iets omlaag. Hiermee voorkom je grote nekbewegingen. Voorkom dat je in de stoel gaat hangen, maar blijf wel steeds op verschillende manieren zitten. Ga bijvoorbeeld regelmatig eens op het puntje van je stoel zitten. Zorg dat de monitor recht voor je staat op ongeveer een armlengte afstand en dat de bovenste rand ongeveer op ooghoogte is. Als je een erg sterke rug hebt en je veel actief zit (vanuit de heupen iets naar voren gebogen) kan de monitor lager worden geplaatst. Heb je twijfels over de werkplek, ook die bij een klant, meld dit dan aan zowel de klant als je leidinggevende. Zij zullen dan contact met elkaar opnemen.
  • Gebruik van de computer Naast het nemen van voldoende pauzes is het belangrijk dat: o Je handen niet bij het toetsenbord of de muis blijven als je niet typt of muist. o Je met rechte polsen werkt. Leg dus ook het toetsenbord plat en gebruik een platte muis. o De polsen niet zijn ondersteund tijdens het typen of muizen. o De ondersteuning van de onderarm bij de elleboog op de armleuning is. o Zowel toetsenbord als muis dichtbij je staan. o De beweging en het dubbelklikken van de muis langzaam zijn ingesteld. o Kleine bewegingen vanuit de pols worden voorkomen. o Je niet de oplossing zoekt in nieuwe apparatuur, maar bij klachten actie onderneemt.
  • Jezelf Probeer, zeker in drukke tijden, voldoende balans te vinden tussen inspanning en ontspanning. Werk niet dagen achter elkaar zonder pauzes of rust door en neem na een korte piek altijd even rust. Als er door collega’s of de klant veel druk op je wordt uitgeoefend om harder te werken dan je aankunt, meld dit dan aan je leidinggevende. Zorg tijdens en na het werk voor beweging. Soms kun je meedoen aan een bedrijfsfitnessprogramma of contact opnemen met de (eventuele) RSI-Coördinator voor bedrijfsoefentherapie.
Secured By miniOrange